Veel verschillende plaatsen

Onderweg van Wilsons Promontory naar Melbourne zijn we naar het Moonlit Sanctuary Wildlife Conservation Park gegaan. Dit was een tip van Anneloes. Het is een opvang voor bedreigde diersoorten, zodat deze beschermd worden. We hadden al gelezen dat we daar koala’s zouden kunnen knuffelen en kangoeroes voeren. We hebben verschillende gekke vogels gezien en zagen ook al snel kleine wallabies, kleine kangoeroes. Bij de ingang hadden we een zakje voer gekocht om ze te kunnen voeren. De meeste waren erg voorzichtig, maar wel nieuwsgierig en vooral erg hongerig. Ook de grote kangoeroes hebben we gevoerd en geaaid. Ook hebben we daar de eerste koala’s gezien. En we hadden geluk want we waren nog op tijd voor een knuffelmoment. Eerst nog een klein dierenshowtje bijgewoond, met een uil, een dingo en nog een paar andere diersoorten. Daarna mochten we met zijn drieën heeeeeel dichtbij een koala. Echt knuffelen zat er niet in, hij/zij was veel te druk bezig met de eucalyptus. Meer dan eten en slapen doen ze ook eigenlijk niet. We hadden geluk dattie z’n ogen open had. Dit was een fijn moment!

Einde van de middag komen we aan in Melbourne. Ons hotel zit midden in de stad, aan de rivier. Het is omringd door andere wolkenkrabbers. Als we ’s avonds met Anneloes (vriendin van Loes die al een paar jaar in Melbourne woont), aan de rivier iets gaan eten, is de stad sfeervol verlicht. We hebben een gezellig avond en gaan voldaan naar bed.
De volgende dag richten we ons op Melbourne’s hoogtepunten. De steden zijn hier heel anders dan in Europa. Weinig culturele/architectonische bezienswaardigheden. We lopen wat door de stad en gaan naar de Royal Botanic Gardens. Dit blijkt een mooi (erg heuvelachtig!!!) park te zijn met veel mooie en aparte flora. Daarna pakken we de tram naar Saint Kilda, een suburb van Melbourne. Daar spreekt Loes met Anneloes af en lopen Nathalie en Linda wat rond. ’s avonds zijn Nathalie en Linda naar de Eureka Tower geweest. Op de 88e verdieping (285 meter hoogte) een adembenemend uitzicht over Melbourne met een ondergaande zon.

De volgende dag (12 september) beginnen we aan de Great Ocean Road, bekend als één van de mooiste kustroutes van de wereld. De weg van meer dan 240 kilometer ligt tussen de steden Torquay en Warrnambool. We rijden langs mooie kustplaatsen, ruige kliffen, surfstranden en adembenemende uitzichten. Stoppen af en toe voor een foto. We waren getipt dat we bij Kennett River wel koala’s tegen zouden kunnen komen. Daar nemen we een zijweg en komen uiteindelijk meer per ongeluk in het Great Otway National Park terecht. Daar rijden we een heel stuk door een prachtig regenwoud. Met de bijbehorende regen, we zien mooie vogels en een paar kangoeroes, maar helaas… geen koala’s. Als het inmiddels al donker is komen we in Apollo Bay aan, waar we 1 nachtje verblijven. We worden ontvangen door Esther. We hebben een heel huis voor ons alleen, met een prachtig uitzicht op een grote bosrijke tuin. S avonds willen we uit eten, maar het plaatsje blijkt uitgestorven. Dus halen we Fish & chips om daar te eten.

‘S ochtends ontbijten we gezellig met Esther en haar man Peter. Een stel die je graag zou adopteren als je opa en oma. Peter heeft verschillende lokroepen om een paar vogels binnen te krijgen. Ze krijgen dan een stuk(je) kaas (soms zo groot dat ze het niet kunnen tillen) en vliegen weer weg. Het plan was eigenlijk om niet al te laat door te gaan, aangezien we nog een heel stuk voor de boeg hebben. Dit gaat echter niet volgens plan, het is veel te gezellig. We krijgen een cursus Australische uitspraken, een heleboel suggesties om naar toe te gaan (de helft van de namen is Peter alleen vergeten), een deel van de familiegeschiedenis en er wordt getwijfeld of Linda wel echt zo Hollands is als ze denkt, ze is namelijk wel erg bruin. 😉

Uiteindelijk moeten we toch echt gaan. Het laatste deel van de Great Ocean Road. We rijden een prachtige route en stoppen regelmatig. Eerste stop: Cape Otway. Peter verzekerde ons dat we de koala’s daar zouden kunnen zien. We rijden vol goede moed naar de vuurtoren. We zien een hele boel kaal-gegeten eucalyptusbomen, maar opnieuw: geen koala’s. Als we bij de vuurtoren zijn, begint het flink te regenen. We druipen (letterlijk en figuurlijk) af. Tweede stop: de Twelve Apostles: van oorsprong 12 aparte rotsformaties aan de kust. Inmiddels tellen we er nog 7, de rest is verdwenen. Ook stoppen we nog snel even bij een rots in de vorm van een grote boog: heel bijzonder. We merken deze dag dat we ons nog steeds in het regengebied bevinden. Zo nu en dan een tropisch buitje, en een hevige wind.

Vanwege alle stops is het inmiddels al donker als we in Halls Gap arriveren: een dorpje bij Grampians National Park. Op zo’n 200 meter van onze overnachting, schieten er 3 kangoeroes de weg op. Wat wordt afgeraden, doe je automatisch: je gaat ze ontwijken. 1-0 voor ons, of voor hen, of allebei. Het is maar hoe je het bekijkt.

7 reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.